Woon je midden in de stad, zonder tuin of met een tuintje zo groot als een postzegel? Breid dan je territorium uit met een geveltuin! In veel straten zie je ze al: rijtjes stokrozen, blauwe regen of bruidssluier tegen de gevel, fleurige zonnebloemen en viooltjes waar eerst een saaie grijze rij tegels lag.

Geveltuinen brengen kleur en leven in een stenen omgeving. En een geveltuin heeft meer voordelen: hij zorgt voor warmte-isolatie in de winter en houdt je huis in de zomer lekker koel. Hij beschermt de muur tegen wind en regen, neemt stof en andere verontreinigingen op. Bovendien werkt een geveltuin geluidsisolerend.

 

Als de stoep groot genoeg is kun jij ook een geveltuin aanleggen. Er moet ongeveer 1.20 meter (vier stoeptegels) ruimte overblijven voor voetgangers, kinderwagens en rolstoelen.  Een geveltuin mag meestal maximaal 45 cm breed zijn. Bij sommige gemeenten moet je officieel toestemming vragen voor een geveltuin. Leg je met een aantal buren of met een hele straat geveltuinen aan? Dan kom je in sommige gemeenten in aanmerking voor een financiële bijdrage. Informeer bij je eigen gemeente welke regels er precies zijn.
Heb je een huurwoning? Dan heb je toestemming nodig van de eigenaar.

  

Haal een rijtje tegels langs de gevel weg en schep het zand voorzichtig weg tot ongeveer  40 cm diepte. Vul het gat met tuingrond. Is de stoep voor je deur te smal voor een geveltuin, gebruik dan plantenbakken, potten of hangbakken. Zo heb je toch wat groen aan je gevel. Of verwijder één of twee tegels en plant een klimplant.

  

Welke soorten planten of bloemen het best in je geveltuin passen, hangt af van de plaats van de tuin. In een geveltuin op het zuiden kunnen andere planten dan in een geveltuin op het noorden. Een paar ideeën: plant struiken met bessen om vogels te trekken, bijvoorbeeld klimop, vuurdoorn, meidoorn, kamperfoelie of hulst (ook handig tegen graffiti!). 
Ook leuk zijn planten waar vlinders op af komen. Dat zijn planten die graag in de zon staan, zoals vlinderstruik, tijm en marjolein, lavendel, sleutelbloem, beemdkroon, koninginnekruid, kleinbladige sering, boerenjasmijn en hysop. Je kunt ook kiezen voor planten waar bijen en hommels op af komen zoals veldsalie, echte koekoeksbloem, grasklokje, vingerhoedskruid, stokroos.

Op de website Nederland open en groen van Natuurmonumenten vind je meer informatie en tips.